Aansprakelijkheidsrecht

Een van de belangrijkste uitgangspunten van het Nederlands recht is dat de veroorzaker van schade, verplicht is deze schade aan de benadeelde te vergoeden. Een dergelijke aansprakelijkheid kan op verschillende manieren ontstaan. Wanneer iemand zijn verplichtingen uit hoofde van een overeenkomst niet nakomt, kan deze aansprakelijk worden gehouden voor de dientengevolge geleden en te lijden schade. Maar ook buiten een contract kunnen schadeveroorzakers aansprakelijk worden gehouden. Zo zijn er risicoaansprakelijkheden in de vorm van aansprakelijkheden voor andere personen (bijvoorbeeld kinderen of werknemers), alsook voor zaken en stoffen.

De belangrijkste vorm van aansprakelijkheid buiten contract is gelegen in de onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Maar wanneer handelt iemand nu onrechtmatig? De wet vult dat enigszins in (te weten een inbreuk op een recht, een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt), maar ook de door de wet voorgeschreven mogelijkheden laten de nodige ruimte voor discussie open, nu daar ruime formuleringen worden gebruikt.

Ook wanneer voldoende duidelijk is dat iemand schadeveroorzakend heeft gehandeld en daarvoor aansprakelijk is, dienen er nog een aantal belangrijke rechtsvragen te worden beantwoord, met name in het kader van de hoogte van de geleden schade. Maar ook in het kader van de mogelijke reactie op het schadeveroorzakende feit (moet er voor nakoming, vernietiging, c.q. (gedeeltelijke) ontbinding worden gekozen) is het van groot belang om op korte termijn een juist juridisch standpunt in te nemen.

In zoverre is het dan ook van groot belang om de nodige kennis te hebben van de jurisprudentie op het gebied van aansprakelijkheidsrecht, alsmede een helder overzicht te hebben van de verschillende remedies en de eventuele rechtsgevolgen daarvan. Froon Helmonds Advocaten is u graag van dienst bij het beoordelen van uw casus.

Veel gestelde vragen

Uitgangspunt is dat de besloten vennootschappen en haar bestuurder twee afzonderlijke entiteiten zijn en dat de bestuurder dan ook niet persoonlijk aansprakelijk is voor de schulden van de vennootschap. Er zijn evenwel de nodige gronden om het identiteitsverschil te doorbreken en alsnog tot een persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder te komen. De bestuurder kan zowel door de vennootschap zelf aansprakelijk worden gesteld (met name in het kader van een faillissement), alsook door derden (in het bijzonder wanneer de bestuurder lichtvaardig namens de vennootschap heeft gehandeld, dan wel heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt).
Wanneer aan de vereisten voor aansprakelijkheid is voldaan, kan de benadeelde in beginsel aanspraak maken op de volledige vergoeding van de daadwerkelijk geleden schade. Daartoe dient een vergelijking te worden gemaakt tussen de daadwerkelijke financiƫle situatie waarin de benadeelde verkeert na verweten gedraging en de hypothetische situatie waarin de benadeelde zou hebben verkeerd, wanneer de verweten gedraging zich niet zou hebben voorgedaan. Hoewel de schade in beginsel concreet moet worden berekend, heeft de rechter daar wel de nodige vrijheid in, althans dient de schade te worden begroot op de wijze die het meest met de aard van de schade in overeenstemming is.
In beginsel kan iemand alleen aansprakelijk worden gehouden voor schade die in causaal verband staat met het feit, waarvoor de aangesprokene aansprakelijk wordt gehouden, maar uiteindelijk is bepalend of de schade in redelijkheid aan de aangesprokene kan worden toegerekend in de zin van art. 6:98 BW. Met name bij meervoudige causaliteit, onderbreking van de causaliteit en eigen schuld levert de vraag naar het causaal verband de nodige complicaties op.

Advocaten aansprakelijkheidsrecht

Neem direct contact op

Uw naam (verplicht)

Uw e-mailadres (verplicht)

Uw bericht